🕵️ Speel nu 'Wie is de Volleymol'
Bekijk het spel

Zo laat je jouw volleybaltraining écht lukken

23 september 2025 |
Delen:

Een volleybaltraining is meer dan een rijtje oefeningen afwerken. Het gaat om structuur, duidelijkheid en energie. Hoe zorg je ervoor dat jouw training soepel verloopt, spelers plezier hebben én merkbaar vooruitgang boeken? In deze blog lees je hoe je met de juiste voorbereiding, slimme uitleg en praktische vuistregels elke training tot een succes maakt.

Voorbereiding: werk met een duidelijke doelstelling

Een training zonder doel voelt vaak als losse flodders. Stel jezelf vooraf altijd de vraag: wat wil ik dat mijn spelers vandaag leren of verbeteren?

  • Technisch doel: “Vandaag werken we aan de pass onder druk.”
  • Tactisch doel: “Spelers leren herkennen wanneer de tegenstander een korte bal speelt.”
  • Mentaal doel: “We oefenen op positief coachen naar elkaar na elke rally.”

Met een heldere doelstelling kies je gerichter oefeningen en kun je na afloop ook makkelijker evalueren: hebben mijn spelers vandaag echt iets geleerd?

Uitleg: hou het kort en krachtig (plaatje–praatje–daadje)

Spelers willen bewegen, niet luisteren naar lange verhalen. Gebruik daarom plaatje–praatje–daadje:

  1. Plaatje: laat het zien (voordoen of iemand laten voordoen).
  2. Praatje: leg in een paar zinnen uit wat de bedoeling is en benoem 1–2 aandachtspunten.
  3. Daadje: laat de spelers direct starten.

Voorbeeld: Bij een pass-oefening: “We beginnen in tweetallen. Eén gooit de bal omhoog, de ander passt terug.
Let op: voeten breed, laag door de knieën, armen stil. Doe maar!

Loopt het, lukt het, leeft het en leert het

Tijdens de training kun je jezelf steeds deze vier vragen stellen en direct bijsturen:

  • Loopt het? Is de organisatie duidelijk en is er weinig stilstand?
    Voorbeeld: Te weinig ballen? Organisatie aanpassen of stations maken.
  • Lukt het? Kunnen de spelers de oefening technisch uitvoeren?
    Voorbeeld: Laat eerst de bal aangooien plaats van services als het moeilijk is.
  • Leeft het? Is er energie en plezier?
    Voorbeeld: Voeg een wedstrijdje toe: wie haalt de meeste goede passes in 60 seconden?
  • Leert het? Draagt de oefening bij aan je doel?
    Voorbeeld: Is je doel “passing onder druk”? Laat servers gericht mikken tussen twee passers in.

10 geboden uitleg spelactiviteit

Hoe bied je snel een activiteit aan, om zo je spelers zoveel mogelijk te laten bewegen? Hoe beter jij als trainer de randvoorwaarden schept, hoe soepeler de oefening verloopt en hoe meer je spelers leren. Met deze ‘tien geboden’ zorg je voor duidelijkheid, activiteit en leerplezier.

  1. Zorg dat alle spullen speelklaar liggen (ballen, pionnen, lintjes, netten) vóór de training start.
    Tip: Kom 10 minuten eerder en laat een vaste speler helpen met klaarzetten.
  2. Bedenk het minimale aantal deelnemers dat je nodig hebt om een oefening te laten werken.
    Voorbeeld: Heb je 6 spelers nodig maar er komen er 4? Schakel over op een 2-tegen-2 vorm.
  3. Kies je eigen rol voor maximale invloed in spel of oefening.
    Keuze: Sta je in het veld om ritme te sturen, of observeer je vanaf de zijlijn voor betere coaching?
  4. Stel de spelers actief op in het speelveld in plaats van uitleg aan de zijlijn.
    Waarom: Een “startpositie” voorkomt rijen en wachttijd.
  5. Duid de hoofdbedoeling in 1–2 zinnen vóórdat je start.
    Voorbeeld: “Focus op eerste balcontact en directe omschakeling naar aanval.”
  6. Bepaal de onmisbare spelregels om meteen te kunnen beginnen.
    Voorbeeld: “We spelen tot 5, servicefouten tellen, na elke rally een snelle nieuwe service.”
  7. Start met spelen!
    Principe: Leren gebeurt door doen; hou praatpauzes ultrakort.
  8. Onderbreek kort voor aanvullende regels terwijl het spel al loopt.
    Voorbeeld: “Vanaf nu telt een score alleen na een voorwaartse verdediging.”
  9. Speel met wisselregels zodat iedereen actief blijft.
    Voorbeeld: Na elke rally komt er één speler per team in het veld; uit = wisselen.
  10. Laat het spel zijn werk doen en coach op 1 focuspunt per speler of per rally.
    Tip: Gebruik korte “cue words” zoals “laag”, “stil”, “hoek”.

Praktisch voorbeeld: “Passing onder druk” (15 min)

  1. Organisatie (1 min): Twee velden half court, 3 passers, 2 serveerders, 1 spelverdeler (of trainer) per veld; ballenkar bij de service.
  2. Uitleg (45 sec): Plaatje–praatje–daadje: “Doel = eerste balcontrole onder druk. Let op: lage uitgangshouding, armplatform stil.”
  3. Spelregel: Rally start met service; 1 punt voor perfecte pass naar de setterzone, 2 punten na score binnen 3 contacts.
  4. Aanpassing als het niet lukt (regressie): serveerders gooien in in plaats van serveren; daarna opbouwen naar floatservice.
  5. Uitdaging als het te makkelijk is (progressie): Serveertargets (diagonaal), of serve op aanwijzing (“tussen twee passers”).
  6. Wisselregel: Na 5 rally’s wisselen passers; blijf het tempo hoog houden.
  7. Coachfocus: Per speler 1 cue; teambreed: “eerste 2 stappen snel, dan platform fixeren”.
  8. Evaluatie (1 min): “Loopt het? Lukt het? Leeft het? Leert het?” – zo nodig opdrachten of opstelling bijstellen.

Tot slot

Een geslaagde volleybaltraining draait niet alleen om goede oefeningen, maar vooral om voorbereiding, duidelijke uitleg en slimme organisatie. Door te werken met:

  • een heldere doelstelling,
  • het principe plaatje–praatje–daadje,
  • de toets loopt het, lukt het, leeft het, leert het,
  • én de 10 vuistregels,

zorg je dat jouw training soepel verloopt én plezierig en leerzaam is voor iedere speler.

Veel trainingsplezier!

Delen:
Populaire blogs